Maagzuur

Veel mensen krijgen bij maagklachten of reflux al snel een maagzuurremmer voorgeschreven, zoals Pantomed.

Pantomed is een protonpompremmer (PPI).  

Protonpompen zijn als de “fabriekjes” die waterstofionen (H⁺) in de maag afgeven.  Dit maakt maagzuur.  Pantomed zet die fabriekjes stil wat zorgt voor minder maagzuur.

Het gebruik van Pantomed lijkt logisch: je voelt een brandend gevoel, dus er zal wel te veel zuur zijn. Maar vanuit de natuurgeneeskunde wordt daar anders naar gekeken. Niet alleen naar het symptoom, maar vooral naar hoe het lichaam zelf probeert in balans te blijven.

Ons lichaam werkt namelijk met een slim feedbacksysteem. Dat betekent dat het voortdurend controleert of alles in evenwicht is. In de maag gebeurt dat ook. Als er te weinig maagzuur is, geeft het lichaam een signaal om meer zuur aan te maken. En als er genoeg is, wordt die productie weer afgeremd. Zo blijft alles netjes in balans.

Je kan het vergelijken met een thermostaat in huis. Stel dat je de verwarming instelt op 21 graden. Als de temperatuur daalt, springt de verwarming aan. Wordt het te warm, dan stopt die weer. Zo blijft de temperatuur automatisch in balans, zonder dat jij er voortdurend aan moet denken.

In je lichaam gebeurt iets gelijkaardigs, ook in de maag. Het lichaam “meet” voortdurend hoeveel zuur er aanwezig is. Is er te weinig maagzuur, dan geeft het een signaal om meer aan te maken. Is er genoeg, dan wordt die productie afgeremd. Dat is het feedbacksysteem: een automatische regeling die ervoor zorgt dat alles in evenwicht blijft.

Wanneer je een maagzuurremmer zoals Pantomed neemt, grijp je eigenlijk in op die thermostaat. Het medicijn blokkeert de aanmaak van maagzuur, waardoor de hoeveelheid zuur in de maag daalt. Maar het lichaam “denkt” dan dat er een probleem is, omdat er te weinig zuur wordt gemeten. Als reactie gaat het lichaam juist extra signalen geven om meer zuur te produceren. Alleen: dat lukt niet, omdat het medicijn dat proces blijft blokkeren.  

Het lichaam blijft dus als het ware op de gaspedaal duwen, terwijl de motor niet kan reageren. Daardoor raakt het systeem uit balans.

Vanuit natuurgeneeskundig standpunt is dat precies de reden waarom men voorzichtig is met langdurig gebruik van zuurremmers. Het gaat niet alleen over “minder zuur”, maar over het verstoren van een natuurlijk regelsysteem dat eigenlijk bedoeld is om het lichaam in evenwicht te houden.

Dat onderbreken van het evenwicht heeft verschillende gevolgen. Ten eerste wordt de vertering minder efficiënt. Maagzuur is namelijk essentieel om voedsel, vooral eiwitten, goed af te breken. Het enzym pepsine, nodig om eiwitten te verteren, kan namelijk enkel maar goed werken in een voldoende zuur milieu.

Indien deze vertering niet goed gebeurt, kan voedsel langer in de maag blijven en gaan gisten. Dat zorgt voor gasvorming en druk, en die druk kan juist reflux veroorzaken.

Daarnaast speelt maagzuur ook een belangrijke rol bij het opnemen van voedingsstoffen, zoals vitamine B12, ijzer en magnesium. Bij langdurig gebruik van maagzuurremmers kunnen er dus tekorten ontstaan, vaak zonder dat iemand het meteen doorheeft.

Ook de darmflora kan veranderen. Normaal gezien doodt maagzuur een groot deel van de bacteriën die we via voeding binnenkrijgen. Als er minder zuur is, overleven er meer bacteriën en kunnen ze zich verder in het spijsverteringskanaal verspreiden. Dat kan leiden tot een verstoring van de darmbalans.

Een ander belangrijk punt is het zogenaamde rebound-effect. Wanneer iemand stopt met een maagzuurremmer, kan het lichaam tijdelijk extra veel zuur produceren, omdat het systeem zich heeft aangepast. Daardoor lijken de klachten terug te komen, soms zelfs erger dan voordien. Dit geeft vaak het gevoel dat je “niet zonder” het medicijn kan, terwijl het eigenlijk een reactie van het lichaam is.   Het lichaam schiet dan even door in de andere richting en maakt tijdelijk extra zuur aan.  Vandaar dat we nooit aanraden om een zuurremmer zomaar van de ene op de andere dag te stoppen zonder ondersteuning.

Wat in de natuurgeneeskunde vaak wordt benadrukt, is dat reflux niet altijd betekent dat er te veel maagzuur is. In veel gevallen is er juist te weinig zuur. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het komt erop neer dat slecht verteerd voedsel voor druk en gasvorming zorgt, waardoor de maaginhoud omhoog wordt geduwd. Dat voelt als zuurbranden, maar de oorzaak ligt ergens anders.

Daarom wordt er in een holistische aanpak niet alleen gekeken naar het onderdrukken van zuur, maar vooral naar het herstellen van de spijsvertering. Dat kan beginnen met eenvoudige dingen zoals rustiger eten, beter kauwen en niet te veel drinken tijdens de maaltijd, het toepassen van de goede voedselcombinaties en het zuur/base evenwicht, ….

Ook bitterstoffen vóór het eten kunnen het lichaam helpen om de spijsvertering al op gang te doen komen voordat het voedsel binnenkomt.

Een goed voorbeeld van een bitterstof die je kunt gebruiken bij zuurbrand is gentiaan.

Gentiaan werkt doordat de bittere stoffen in de wortel de spijsvertering stimuleren: ze zorgen voor meer aanmaak van speeksel, gal en maagsappen, waardoor de maag beter kan verteren. Het kan vooral nuttig zijn bij reflux of een opgeblazen gevoel.

Andere voorbeelden van milde bitterstoffen die vaak worden ingezet bij maag- of zuurproblemen:

  • Artisjokblad – stimuleert gal en spijsvertering, helpt de maag ontlasten.
  • Paardenbloemwortel of -blad – ondersteunt lever en spijsvertering.

Ook nuttig kan zijn, het toevoegen van zuur zoals bv. appelazijn voor de maaltijd.  Appelazijn verhoogt tijdelijk de zuurtegraad in de maag .  Dit geeft aan het lichaam het signaal : “start de vertering”.  Maagenzymen zoals pepsine kunnen nu beter werken dankzij voldoende zuur in de maag. Voedsel wordt sneller verteerd waardoor de druk vermindert en refluxklachten dalen

De kern van het verhaal is simpel: het lichaam probeert voortdurend in balans te blijven. Wanneer we alleen een symptoom onderdrukken, zonder te begrijpen wat erachter zit, verstoren we dat evenwicht. . Het lichaam geeft signalen niet zomaar. Het probeert iets duidelijk te maken. Door terug te kijken naar de oorzaak en het lichaam te ondersteunen, kunnen klachten vaak op een meer duurzame manier verbeteren.

Dat betekent niet dat maagzuurremmers nooit zin hebben. In bepaalde situaties, zoals bij maagzweren of ernstige ontstekingen, kunnen ze zinvol zijn om ‘tijdelijk’ te gebruiken. Maar het is belangrijk om ze niet zomaar langdurig te gebruiken zonder naar de onderliggende oorzaak te kijken.

Let wel : deze blog vervangt geen doktersbezoek en er kunnen hieraan dan ook geen rechten verleend worden.   Dit dient enkel om zuurbranden vanuit natuurgeneeskundige visie te verklaren.

Wil je graag begeleiding bij deze problematiek?   Contacteer me gerust op 0491/10.00.66 of stuur even een mailtje naar sandra@adosa.be.